
Na het succes van vorig jaar besloten we ook dit jaar weer een weekendje door te brengen in de hytte bij Slindvatnet. Dit keer met Ola, Rune, Ragnhild en Lisbeth. Weer hadden we mazzel met het weer, het was ongeveer 0 graden en dat is voor ijsvissen natuurlijk berewarm. Op weg naar de hytte stond het verkeer opeens stil doordat er een 'tiur' op de weg zat (Auerhoen). Dat is een enorme vogel die bijna tot mijn heupen komt. Bij de invallende schemering kon ik nog net even een fotootje nemen met mijn mobiel.
Vorig jaar was het meer een spiegelgladde ijsvlakte, dit jaar was het ijs van ongeveer een meter dik ook nog eens bedekt met een half metertje sneeuw – dus voordat we het water onder het ijs bereikten waren we een flink stukje aan het boren. Na een aantal gaten in het ijs te hebben geboord en de diepte te hebben gemeten hadden we 3 van de 6 hengeltjes ‘in business’.
Toen sloeg het noodlot toe; de ijsboor knalde op een stuk steen onder het water en werd zodanig beschadigd dat we alleen nog de drie bestaande gaten konden gebruiken. Dat betekende dat we nu elke paar uur terug moesten om de gaten ijsvrij te houden, en eventuel vissen van de haak te halen. Resultaat was dat we besloten om ook nog eens na het avondeten – dwz rond een uur of tien ‘s avonds – terug het ijs op te gaan om de gaten nog een laatste keer te checken voor de nacht.
Vanwege het sneeuwdek op het ijs besloten we om de ski’s onder te binden en op weg te gaan. Een half uurtje later langlaufden we over het bevroren meer we met z’n vieren door de inktzwarte nacht, alleen verlicht door het licht van een mijnwerkerslampje en de neerdwarrelende sneeuw. Een kwartier lang was ons wereldje even heel klein – we hoorden alleen het geluid van de ski’s, en we zagen alleen de weerspiegeling van licht op de sneeuw. Eenmaal aangekomen bij de achtergelaten hengeltjes werd het volledig stil en stonden we alle vier even alleen maar in- en uit te ademen en te genieten van de pure, koude lucht, de sterrenhemel, en het feit dat het zo aardedonker was. Kers op de taart was toen we de hengeltjes een voor een ophaalden, en er door de ‘tunnel’ door het ijs opeens twee forellen op de sneeuw lagen, verlicht door het mijnwerkerslampje. Zo, dat was even lekker poetisch, maar tjonge wat was het een mooie belevenis.
Over naar wat praktische details: hier komt nog wat meer over de technische aspecten van ijsvissen. Bijvoorbeeld: wat is dit?
Juist, dit is een is-øse, oftwel een ijs-gaatjeslepel. Daarmee schep je klontjes ijs uit het geboorde gat. En dit hieronder is uiteraard een ijsvishengeltje (grootte: 50 cm totaal), plus een plankje om de draad omheen te wikkelen zodat de vis er niet met het hengeltje vandoor kan.
Een andere cruciaal ingredient: koffie. Sommigen nemen zelfs een hele ‘stormkeuken’ mee het ijs op waar doodleuk eitjes worden gebakken, verse koffie en soep worden bereid, brood wordt gesmeerd etcera.
En het totaalplaatje ziet er dan ongeveer zo uit: hier vist Lisbeth even uit de losse pols, met hengeltje in de hand, rugzak/gereedschapsdoos naast zich en het wak voor zich.
Ik kijk al uit naar volgend jaar…